Verslag Symposium FMMU

"Overlijden in detentie"

Overlijden in detentie was de titel van het tweede symposium dat de FMMU organiseerde in haar 14 jarige bestaan.


Deelnemers Symposium FMMU 2011 

Er waren 85 deelnemers uit het hele land. Hans Blankestijn, een van de twee directeuren van de FMMU, heette leidinggevenden, hoofden medische diensten, bewakers, agenten, verpleegkundigen en huisartsen werkzaam bij de FMMU van harte welkom en memoreerde het belang van het thema van dit symposium met name nu ook de media aandacht geeft aan een recent overlijden. Onder leiding van Prof. Guus Schrijvers volgden zij in het Nieuwegein Business Center in het ochtend programma drie lezingen. Maarten de Wit, inspecteur bij de Inspectie Gezondheidszorg, verduidelijkte de noodzaak om het overlijden in gesloten inrichtingen te melden. De Inspectie wil dat deze instellingen een zelfonderzoek uitvoeren naar tekortkomingen in de zorg, deze her- en erkennen om daarna zo nodig maatregelen te treffen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een calamiteiten commissie. In de visie van de IGZ wordt deze commissie gevormd door onafhankelijke zorgverleners onder technisch voorzitterschap van de directeur van de instelling. Maarten de Wit sloot zijn lezing af door te wijzen op de schade aan de geestelijke gezondheid die ontstaat bij een geïsoleerde. Er wordt nu naar de mening van de IGZ te snel en te vaak op dit beheersinstrument teruggevallen. De Wit stelde ten slotte dat de zorgverleners in gesloten inrichtingen een verantwoordelijkheid hebben om het aantal isoleringen terug te dringen en zo beperkt mogelijk, zowel in aantal als duur, te laten zijn.

Theo de Groen, vestigingsdirecteur van de Penitentiaire Inrichting Almere, vertelde in een gloedvol en vlot betoog over de impact die een overlijden heeft op het personeel en de leidinggevenden in de PI. Hij wees erop dat mensen kunnen verrijzen. Het kan zeer aangrijpend zijn om te zien hoe een gevangene, die men goed heeft leren kennen overleden is of zich van het leven heeft beroofd. Opvang van het personeel betrokken bij een dergelijke ingrijpende en of schokkende gebeurtenis door collega’s en leidinggevenden is essentieel. Theo de Groen schetste met een aantal voorbeelden de kwetsbaarheid van Justitie en daarmee haar noodzaak om de maatschappij aan te tonen dat de zorg op een goede en zorgvuldige heeft plaatsgevonden. Hij sloot af met de nazorg aan de nabestaanden. Voor hun verwerking is transparantie rond het overlijden van groot belang. Hij adviseert om de verwanten in de gelegenheid te stellen de cel en de afdeling waar de gedetineerde zijn laatste uren heeft doorgebracht, te bezoeken. Daarnaast pleitte De Groen ervoor dat, ook al lijkt het een natuurlijke dood, toch een obductie wordt voorgesteld in het belang van de verwanten maar voor Justitie. Hiermee wordt immers zekerheid over de doodsoorzaak verkregen en draagt een obductie bij aan de transparantie. Eén van de aanwezigen zorgde voor een indrukwekkende afsluiting door de deelnemers te delen in een zeer persoonlijke ervaring en aansluitend een oproep te doen voor begeleiding van betrokken personeel door de leidinggevenden en collega’s. 


Dagvoorzitter Guus Schrijvers

Evelien Thoonen informeerde over de wetgeving (wet op de Lijkbezorging en de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst) en de Europese wetgeving in het bijzonder. Tevens gaf zij informatie over de opzet en de stand van zaken van haar wetenschappelijk onderzoek naar het overlijden en suïcides in detentie. Wilma Duijst reflecteerde aan de hand van de WGBO en de Penitentiaire Beginselenwet over een non-reanimatieverklaring en een verzoek tot euthanasie. Wilma Duijst stelt dat bewakers zich moeten houden aan de opdracht van de directeur en moeten starten met reanimeren ondanks een verklaring. Verpleegkundigen en artsen moeten zich houden aan de WGBO en de wil van de patiënt respecteren. Zowel de verpleegkundige als de arts kunnen aangeven dat de reanimatie kan worden beëindigd, zodra zij bij het slachtoffer zijn. Euthanasie is wettelijk niet toegestaan tenzij onder voorwaarden waarbij er sprake moet zijn van ondraaglijk lijden en zinloos medisch handelen. Binnen detentie is het meewerken aan euthanasie geen optie omdat Justitie dan meewerkt aan een delict en omdat de Europese Wetgeving euthanasie geen ruimte hiertoe biedt.

Na een goed verzorgde lunch werden in 6 subgroepen één of meerdere casussen doorgenomen. Hier werd gereflecteerd op het handelen in de zorgverlening mede aan de hand van de landelijke uniforme richtlijn “Overlijden in een Justitiële Inrichting”. De plenaire terugkoppeling vormde samen met een borrel de afsluiting van het symposium. Uit de evaluatieverslagen kan worden geconcludeerd dat het symposium goed was opgezet en voor de meeste deelnemers afwisselend en leerzaam was. Ook de locatie en de catering scoorden zeer hoog. De plenaire terugkoppeling van de workshops was vlak en weinig animerend. Dit punt zal zeker mee worden genomen voor volgende symposia.


Afsluiting van de dag: nabespreken ervaringen

De FMMU dankt alle deelnemers en gastsprekers van het symposium voor hun inzet en enthousiasme. Mede hierdoor was het een erg geslaagde dag!

"Vanaf het moment dat ik in 2006 werkzaam ben bij de FMMU heb ik al zo veel bijzondere, gekke, spannende, leuke en ook soms ingewikkelde situaties meegemaakt. Het geeft echt voldoening naast de dagelijkse huisartsenpraktijk een bijzondere groep mensen te voorzien van huisartsenzorg. Het vergt een andere benadering, je ziet andere ziektebeelden, je komt voor dilemma's te staan, en het is natuurlijk een hele leuke bijverdienste. Daarnaast maakt de flexibiliteit en diversiteit van de FMMU het mogelijk voor mij als waarnemer precies datgene te doen wat ik kan combineren met mijn huisartsenwerk en gezin. Je zou het ook eens moeten proberen. "

Karen Damen, huisarts